Menu

'We mogen niet verglijden naar een totalitair systeem'

Al dertig jaar combineert hij de functies van professor en magistraat. Kiezen tussen de wetenschap en de praktijk kan Christian De Valkeneer niet. ‘De twee domeinen voeden elkaar en zijn uitermate complementair.’ Die rijke ervaring zit gebald in zijn handboek strafonderzoek, dat voor het eerst in het Nederlands verschijnt. De ideale aanleiding voor een gesprek over de broodnodige hervorming van de strafprocedure, de nood aan alternatieve straffen, en change management bij justitie.

13-04-2019 - door Christian De Valkeneer

De procureur-generaal verplaatst zich in de hoofdstad met de fiets. Hoewel zijn zetel Luik is, woont Christian De Valkeneer in Brussel. Ook voor de vergaderingen van het College van procureurs-generaal moet hij in de hoofdstad zijn. In het bureau van de uitgever van zijn handboek, in de schaduw van een restant van de middeleeuwse stadsomwalling, analyseert De Valkeneer de invloed van de moderne technologie op het strafonderzoek.

‘Het arsenaal onderzoeksmiddelen om de waarheid aan het licht te brengen is fors uitgebreid als gevolg van de technologische vooruitgang. Alle bewijstechnieken zijn erop gericht gedragingen uit het verleden te reconstrueren, maar met de nieuwe onderzoeksmiddelen kan dat veelal in realtime. Dankzij nieuwe technieken om gegevens elektronisch te registreren en op te slaan, is het tegenwoordig mogelijk het verleden waarheidsgetrouw en objectief te reconstrueren. De digitale sporen die we bijna voortdurend achterlaten, maken het mogelijk onze gedragingen met grote nauwkeurigheid te retraceren. Steeds vaker beschikken politiediensten over beelden, soms zelfs een volledige film van de feiten. De technologische evolutie brengt bijna ongemerkt een revolutie van de bewijsmiddelen teweeg.’

Maar de nieuwe methodes kunnen een grote invloed uitoefenen op ons privéleven. Met de regelmaat van een klok woedt de discussie over de bescherming van de privacy. ‘De bewogen geschiedenis van de wet op de bijzondere opsporingsmethodes is daar een voorbeeld van’, zegt De Valkeneer. ‘Tal van beroepen zijn ingesteld bij het Grondwettelijk Hof.’

Het illustreert meteen ook de waarde van het handboek strafonderzoek. Niet alleen focust de auteur op de wetten die het strafonderzoek vormgeven, hij analyseert ook de rechtspraak en de rechtsleer. ‘Het belang van de onderzoeksfase in het strafproces is de laatste dertig jaar sterk toegenomen. Dat zie je in de wetgeving, de rechtspraak en rechtsleer, maar ook in de media en de samenleving. De media richtten steeds meer aandacht op de beginfase van de strafprocedure. In die fase gebeuren huiszoekingen, telefoontaps en arrestaties van verdachten. Het openbaar ministerie is de voorbije jaren ook meer gaan communiceren over het strafonderzoek. Sommige magistraten zijn nu gespecialiseerd in communicatie. Door al die veranderingen is het zwaartepunt van het einde naar het begin van het strafproces verschoven.’

U schrijft dat het samenvatten van de omvangrijke nieuwe regelgeving inzake bewijsmiddelen tot een voldoende uitgebreid en up-to-date handboek een hachelijke onderneming is.

De Valkeneer: ‘De veranderingen zijn snel en talrijk. En er is ook steeds meer rechtspraak over het strafonderzoek. Zowel in eigen land als vanuit Europa. Ook daarom was er nood aan een samenvattend handboek.’

Bestuurlijke handhaving

Er zijn steeds meer mogelijkheden voor politie en justitie tijdens het strafonderzoek. Duurt een strafonderzoek dan ook langer dan vroeger?

‘Ik denk voor een deel wel. De kwalitatieve vereisten voor een strafonderzoek zijn ook groter dan vroeger. Door de wet-Franchimont hebben alle partijen meer rechten gekregen bijvoorbeeld. En ze maken daar ook gebruik van. De werklast voor magistraten en politiemensen is enorm uitgebreid.’

U schrijft onder meer over de Salduzprocedure. Is dat een succes gebleken?

‘Over het algemeen werkt Salduz goed. In het begin zijn er wel wat problemen geweest, maar die lijken stilaan opgelost. Maar als je mensen zoveel extra rechten geeft, dan moet de juridische bijstand uitgebreid worden. Anders creëer je ongelijkheid. Dat is momenteel nog een probleem.’

Onder invloed van de terroristische aanslagen hebben politie en justitie meer mogelijkheden gekregen. Daar komt veel kritiek op waarbij het argument van het recht op privacy steeds terugkeert.

‘We hebben dat zien evolueren. Er was de periode van de Bende van Nijvel waarna er hard gewerkt is aan de politieorganisatie. Daarna hadden we de zaak Dutroux. Dat heeft veel veranderd op het vlak van rechten voor slachtoffers. Na de aanslagen van 11 september zijn er heel wat onderzoeksmethoden wettelijk geregeld: de bijzondere opsporingsmethoden, de bescherming van getuigen en het Europees aanhoudingsbevel. Ook na de aanslagen in Frankrijk en België zijn er nieuwe opties gekomen voor politie en justitie, bijvoorbeeld op het vlak van exploratie van informaticasystemen en wat huiszoekingen betreft.’

‘Maar voor mij is de evolutie naar meer administratieve maatregelen ook heel belangrijk. Zo heeft de burgemeester de mogelijkheid gekregen om handelszaken te sluiten. Dat is toch opmerkelijk. We moeten hier toch voorzichtig zijn wat betreft de bestuurlijke handhaving. De regering heeft een voorontwerp van een wet goedgekeurd die de lokale besturen bevoegdheden geeft in de strijd tegen gemeenrechtelijke en georganiseerde criminaliteit. We moeten vermijden dat we verglijden naar een totalitair systeem.’

‘Wanneer het mogelijk is om dwangmaatregelen te nemen zonder ernstige aanwijzingen van schuld of vermoedens, dan moeten we opletten. Het grote gevaar van bestuurlijke handhaving is te werken met heel brede concepten. Dat kan de vrijheden van bepaalde mensen in bepaalde situaties beknotten. Een burgemeester zou onder druk van de emotie en de publieke opinie bepaalde maatregelen kunnen nemen die hij in andere, rustiger omstandigheden nooit zou nemen.’

‘De complementariteit tussen bestuurlijke handhaving en strafrecht is natuurlijk wel interessant. Bijvoorbeeld in een dossier van georganiseerde criminaliteit kan de lokale overheid aanvullend op het strafonderzoek een café sluiten omdat er vermoedens zijn dat daar criminele activiteiten hebben plaatsgevonden.’

‘Wat we wel moeten vermijden is dat lokale overheden volledig los van het gerechtelijk apparaat dwangmaatregelen zouden nemen tegen mensen op basis van heel brede definities. Bijvoorbeeld: iemand is een gevaarlijk persoon omdat hij of zij de openbare orde dreigt in gevaar te brengen… Dat is te vaag als je dat niet concreet kan invullen.’

Minister van Justitie Koen Geens wil het strafwetboek en het wetboek van strafvordering herschrijven. Wat vindt u van zijn plannen?

‘Een modernisering van de strafvordering is nodig. De hele procedure voor de raadkamer is verouderd. We stellen vast dat het vaak een eerste proces is. Het duurt zo lang dat het lijkt alsof we twee processen organiseren: één voor de raadkamer en de kamer van inbeschuldigingstelling en een tweede ten gronde voor de bodemrechter.'

‘Over de rol van de onderzoeksrechter is er een groot en gevoelig debat. Er is geen ideale oplossing. Maar er moet wel iets veranderen. De figuur van de onderzoeksrechter is voor mij voor een groot deel achterhaald. Hij staat bij wijze van spreken vaak alleen tegenover de hele wereld. In complexe dossiers zoals terrorismeonderzoeken moet een onderzoeksrechter tientallen speurders aansturen. Dat is niet meer te doen. In zulke gevallen moet je kunnen werken met een ploeg van onderzoeksrechters.’

‘Wanneer de onderzoeksrechter afgeschaft zou worden, zijn er voor mij twee belangrijke voorwaarden. Een eerste voorwaarde heeft te maken met de rechter van het onderzoek. De onderzoeksrechter zal een rechter van het onderzoek worden. We zien dat al in de evolutie van de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof. Dat stelt dat de functie van onderzoeksrechter evolueert naar een controle van het openbaar ministerie. Voor mij is het heel belangrijk dat een rechter van het onderzoek alleen de wettelijkheid van een handeling beoordeelt. Bijvoorbeeld: in een bepaald geval is het wettelijk om telefoontap toe te passen. Het mag geen rechter zijn die de opportuniteit van de handeling beoordeelt. In datzelfde voorbeeld mag hij dus niet zeggen dat hij de telefoontap in een bepaald dossier niet nodig vindt. Zo dreigt het onderzoek veel langer te duren en gaat de doeltreffendheid van het onderzoek verloren.’

‘Een tweede voorwaarde is dat het openbaar ministerie volledig onafhankelijk moet kunnen werken. De relatie tussen het openbaar ministerie en de minister van Justitie moet herzien worden. We moeten vermijden dat een minister zou tussenkomen in de loop van een onderzoek. Het injunctierecht van de minister van Justitie moet beter gedefinieerd worden. Daar bestaat nu onduidelijkheid over. Een Justitie-minister moet zich beperken tot een injunctie om te vervolgen zonder tussen te komen in de manier waarop vervolgingen worden uitgevoerd. Het openbaar ministerie moet in alle onafhankelijkheid kunnen beslissen hoe het dat uitvoert.’

Kan u een voorbeeld geven van een minister van Justitie die te ver is gegaan?

‘Tot nu toe is dat niet gebeurd. Wat we wel merken, is dat er in bepaalde belangrijke, gevoelige dossiers een steeds grotere interesse bestaat vanuit de politieke wereld. Om te vermijden dat het kan gebeuren, moeten de regels dus duidelijker omschreven worden.’

Sanction shift

Onderzoeksrechters hebben als voornaamste kritiek op de hervormingsplannen dat ze herleid zullen worden tot een soort stempelrechters. De macht van het openbaar ministerie zou zo te groot worden en dat is dan weer ondemocratisch. ‘Ja en neen. Er zal toch altijd een controle zijn van de wettelijkheid. We moeten volgens mij streven naar een evenwicht tussen de doeltreffendheid van het systeem en de bescherming van de basisrechten van de mensen.’

Bent u nog steeds een groot voorstander van alternatieve straffen? U pleitte eerder al voor een ‘sanction shift’, naar analogie met de tax shift, waarbij de klassieke gevangenisstraf wordt vervangen door alternatieve straffen die veel meer effect zouden hebben?

‘Ja, ik ben een groot voorstander van de zekerheid van de reactie op criminaliteit en niet zozeer van de strengheid van de reactie. Ik heb een studie gedaan op basis van de criminologische literatuur. Daaruit is gebleken dat de zekerheid van de reactie een positieve invloed heeft op recidive. Met andere woorden: als een reactie ontbreekt, zal een crimineel eerder geneigd zijn opnieuw criminele feiten te plegen. Het is dus beter vaker te reageren met minder zware en wanneer het mogelijk is alternatieve straffen, dan minder vaak te reageren met zwaardere straffen. Nu reageren we niet vaak genoeg. De seponeringsgraad voor correctionele zaken, het opportuniteitssepot, is te hoog. Zestig procent is het gemiddelde momenteel. Dat moet naar beneden.’

‘Als procureur des Konings in Charleroi heb ik altijd geprobeerd om de reactiegraad hoog te houden door de minnelijke schikking en bemiddeling in strafzaken zo vaak mogelijk toe te passen. Die aanpak is ook goedkoper. Een justitie-assistent kan via bemiddeling in strafzaken ongeveer honderd mensen volgen. Eén justitie-assistent kost ongeveer 50.000 euro bruto per jaar. Eén dag gevangenis kost ongeveer 130 euro per dag per gedetineerde. Dus één persoon in de gevangenis kost per jaar ongeveer evenveel als één justitie-assistent die honderd mensen kan volgen. Daar moet de visie op het strafrechtelijk beleid dringend bijgestuurd worden.’

Wat vindt u van de introductie van de spijtoptant?

‘Ik denk dat het een goede zaak is. Ik was al langer voorstander van die regeling en heb de invoering van de spijtoptant gevraagd. We moeten nu afwachten hoe ze de wet gaan toepassen. Er is wel wat kritiek. De praktijk zal uitwijzen of het werkt. Vooral de toepassing in de georganiseerde criminaliteit zal zijn deugdelijkheid moeten bewijzen. Bijvoorbeeld na een terroristische aanslag zou een medeplichtige chauffeur de terroristen kunnen aanduiden in ruil voor strafvermindering. Op papier is het een goed systeem. Het zou bijvoorbeeld tot een doorbraak kunnen leiden in het onderzoek naar de Bende van Nijvel. Daar ligt volgens mij de oplossing niet in, maar buiten het dossier. Er zullen wellicht nog mensen rondlopen die de waarheid kennen en zij zouden gebruik kunnen maken van de regeling voor spijtoptanten.’

Hoe is de invoering van de guilty-pleaprocedure verlopen, waarbij de dader een bekentenis kan afleggen in ruil voor een mildere strafvordering door het openbaar ministerie?

‘Dat gaat langzaam maar zeker. Het is een totaal ander systeem. Het is de uitbreiding van het systeem van onderhandelen binnen justitie naast de minnelijke schikking en de spijtoptanten. Ik ben een grote voorstander van dit soort justitie, van onderhandelen tussen verdachte en openbaar ministerie. Het zal betere resultaten opleveren. Daar ben ik van overtuigd. Maar ook hier moeten we het nieuwe systeem wat tijd geven.’

Change management

Onlangs hebt u nog geprotesteerd tegen de onderinvestering op justitie. Hoe erg is de situatie? ‘Er moeten meteen honderden miljoenen euro’s geïnvesteerd worden’, zei u. Dat ging dan onder meer over de vervallen justitiegebouwen.

‘Verschillende justitiepaleizen zijn zo vervallen dat ze niet meer veilig zijn. Eind vorige maand werd het justitiepaleis van Namen nog bijna volledig afgesloten omdat het te bouwvallig is. Het minimum is toch dat mensen kunnen werken in degelijke omstandigheden en dat ze het publiek kunnen ontvangen in deftige gebouwen. Justitie verdient beter. De minister van Justitie heeft nu beloofd dat ze een inventaris van de problemen zullen maken. Ik dacht dat de problemen al langer bekend waren, maar goed, het is beter dan niets. Het vraagt natuurlijk grote investeringen en dat is steeds een probleem.’

‘Misschien zouden er meer middelen zijn als de uitvoering van de vermogensveroordelingen beter zou verlopen. Nog steeds verloopt de inning van geldboetes en de uitvoering van verbeurdverklaringen niet goed. Dat is nefast voor de geloofwaardigheid van het volledige systeem. Slechts tien procent van de bedragen wordt momenteel geïnd. En dat terwijl één van de meeste zere plekken van de georganiseerde criminaliteit net het geld is.’

‘Maar ook een goede informatica blijft een grote uitdaging voor justitie. Daar is de achterstand enorm. Neem nu het elektronisch dossier. De sociale inspectie is daar al mee gestart. Justitie moet een inhaalbeweging beginnen. Zo snel mogelijk. Want het is een noodzaak anno 2019. Er moeten een aantal wijzigingen gebeuren: een technische aanpassing, een wetswijziging en een change management proces. Ik ken nu nog magistraten die zeggen: zolang ik magistraat ben, blijf ik met papier werken. Dat is niet langer werkbaar.’

‘Ook de uitwisseling van informatie tussen alle partners in het systeem moet vlotter: tussen politie, magistraten, maar ook bijvoorbeeld justitiehuizen. Vandaag sturen we informatie naar de politie en we krijgen geen feedback. We weten eigenlijk niet wat er met die informatie gebeurt. Er is nood aan één platform waar alle actoren toegang toe hebben. Nu is er te veel bilaterale uitwisseling van gegevens. De samenleving zal niet langer aanvaarden dat opsporing en vervolging mislopen omdat de informatiestroom gebrekkig verloopt.’

Gezien het tempo waarmee de maatschappij en de criminaliteit evolueren en de snelheid waarmee wetgeving verandert… Hoe snel zal uw boek gedateerd zijn?

‘Het is een evolutieve materie, dus ik ben nu al begonnen met het schrijven van een update. In de volgende editie zal onder meer een hoofdstuk staan over de burgerinfiltrant en de inbeslagnames.’

Ook interessant

Politie & veiligheid

Ariadne nr. 2 - Officier van bestuurlijke politie

Franky Goossens
Jean-Claude Gunst

Bestel

Politie & veiligheid

Educatieve maatregelen voor verkeersovertreders

Ludo Kluppels

Bestel

Politie & veiligheid

Bestuurlijke aanpak van criminaliteit door informatie-uitwisseling

Ronny Saelens

Bestel

Politie & veiligheid

Handboek forensisch onderzoek

Patrick Boel
Valère De Cloet
Jan De Kinder

Bestel

Lager onderwijs, Secundair onderwijs, Politie

09 May

Seminarie: Aanspreekpunten politie voor scholen

Locatie: Uitgeverij Politeia, Keizerslaan 34, 1000 Brussel

Prijs: € 159

Schrijf u in