Menu

E-inclusiebeleid: 3 voorbeelden van proeftuinonderzoek

Proeftuinonderzoek, ook wel Living Lab-onderzoek genoemd, is een aanpak om de eindgebruiker te betrekken bij het volledige innovatieproces van producten of diensten. We schetsen drie voorbeelden van proeftuinprojecten met burgers in steden.

28-04-2020 - door Ilse Mariƫn, Sara Van Damme

Proeftuinonderzoek, ook wel Living Lab-onderzoek genoemd, is een nieuwe aanpak om de eindgebruiker te betrekken bij het volledige innovatieproces van producten of diensten. De filosofie achter deze aanpak is dat de eindgebruiker centraal komt te staan in de ontwikkeling van de innovatie, en dat zijn/haar behoeften en noden in kaart worden gebracht en in rekening worden genomen in het ontwikkelingsproces.

De voorbije jaren hebben een aantal steden in Vlaanderen proeftuinprojecten opgestart met burgers rond de ontwikkeling van nieuwe ‘slimme’ diensten voor de stad.

Met deze proeftuinprojecten willen de steden beter in dialoog gaan met hun burgers, en tegelijkertijd samen stedelijke uitdagingen aangaan, zoals duurzaamheid, mobiliteit, logistiek, efficiënte stadsdiensten enzovoort. Dit doen ze vanuit de overtuiging dat een stad alleen ‘slimme’ diensten kan aanleveren als ze haar burgers erbij betrekt.

1. Slim naar Antwerpen – OpenTransportNet

Naar aanloop van geplande wegenwerken in Antwerpen werd een proeftuinproject gestart rond de Antwerpse fietsinfrastructuur binnen het kader van het Europese project OpenTransportNet. Het project OpenTransportNet heeft als doel om mobiliteitsdata te visualiseren en zo stadsdiensten en hun burgers beter te informeren over de mobiliteit in de stad.

Burgers werden betrokken bij het meten van de kwaliteit van de fietspaden door het gebruik van hun smartphone. Een applicatie op de smartphone registreerde de kwaliteit van de weg door een bewegingssensor en door de feedback van de fietsers te verzamelen, bijvoorbeeld door de registratie van putten in de weg.

De applicatie werd getest door op regelmatige basis workshops te organiseren met fervente fietsers in de stad, de stadsdienst Mobiliteit en de Fietsersbond. Een visualisatie van de fietsroutes en hun wegkwaliteit wordt beschikbaar gemaakt. Op die manier kunnen stadsdiensten de infrastructuur verder verbeteren en kunnen burgers optimaal hun fietsroute plannen in functie van de kwaliteit van de weg.

2. Open data en mobiele applicaties in Gent

De Stad Gent heeft sinds lang een ‘open dataplan’ in werking. Op data.stad.gent worden alle datasets gepubliceerd die vrij beschikbaar zijn voor burgers om te raadplegen en te gebruiken in toepassingen. ‘Open data’ is een term die wordt gebruikt om alle vrij beschikbare informatie aan te duiden die voor iedereen toegankelijk is via het web. Voorbeelden van open datasets zijn: een lijst van alle huisartsen in Gent, een lijst van alle tram- en bushaltes in Gent, een lijst van alle toeristische bezienswaardigheden in Gent enzovoort.

Deze datasets bevatten vaak een locatie of adres, waardoor ze in een toepassing kunnen worden geïntegreerd, zoals voor een applicatie op de smartphone. Binnen het project Citadel… On the move werden ‘Apps For Dummies’-workshops georganiseerd, waarbij burgers tools aangereikt kregen om zelf eenvoudige applicaties te bouwen met deze datasets. Vandaag de dag gaan deze initiatieven verder onder de noemer ‘AppsForGhent’, waarbij studentencommunity’s en hobbyisten betrokken worden om nieuwe, innovatieve applicaties te ontwikkelen.

3. City of Things

Het meest recente proeftuinproject rond de ontwikkeling van ‘slimme’ diensten in de stad is City of Things. Deze proeftuin ging eind 2016 van start en zal tot 2021 inzetten op ‘the Internet of Things’ in Antwerpen. Dit betekent dat de focus ligt op het gebruik van sensoren en andere tools die toelaten om fysieke objecten of mensen via het internet met elkaar te verbinden.

Bijvoorbeeld: door het plaatsen van een sensor in eencontainer kan men de logistieke processen optimaliseren, of door mobiele sensors aan
burgers te geven kan men de luchtkwaliteit in de stad meten. De bedoeling is om op lange termijn is om burgers in Antwerpen te verbinden met innovatieve toepassingen die de levenskwaliteit zullen verhogen.

De burgers zullen actief betrokken worden bij het uittekenen, testen en optimaliseren van nieuwe processen, producten of diensten. Op deze manier zullen bedrijven, stadsdiensten en start-ups actief betrokken worden bij mobiliteits- of leefbaarheidsproblemen in de stad.

Conclusies voor e-inclusie

Uit deze verschillende voorbeelden kunnen we opmaken dat het betrekken van burgers als ‘gelijke’ partners bij de ontwikkeling van innovatieve producten of diensten een belangrijke meerwaarde betekent. In deze proeftuinprojecten – en dan voornamelijk langs de kant van de universiteiten en kennisinstellingen – wordt er steeds rekening gehoudenmet het profiel van de burger.

Dat profiel wordt in kaart gebracht en de onderzoeksactiviteiten in de proeftuin houden rekening met de volgende elementen bij deelname:

  • De ervaring van de burger met nieuwe technologieën: Het profiel van de burger wordt in kaart gebracht om te kijken wat zijn technologische expertise is, welke technologieën en media hij gebruikt, en wat zijn kennis is op het vlak van een bepaald domein – bijvoorbeeld mobiliteit, gezondheid enz. De acht profielen van digitale ongelijkheden kunnen hier een goede insteek zijn om het e-inclusieve karakter van de nieuwe applicaties te verzekeren.
  • De mate van gebruik van een nieuwe technologie: In het profiel wordt ook rekening gehouden met de frequentie van gebruik van technologieën. Bijvoorbeeld: indien men een nieuwe applicatie ontwikkelt om fietsroutes te tracken, dan zal er gepeild worden naar het huidige gebruik van gelijkaardige producten zoals een fiets-gps.
  • Identificatie aan nieuwe noden: In het profiel van de burger wordt ook rekening gehouden met de huidige tevredenheid over bestaande technologieën in een bepaald domein. Heeft een burger een bepaalde nood of een bepaalde ontevredenheid overeen product of dienst, dan kan dit helpen om aanbevelingen te geven in het ontwikkelingsproces.

In toenemende mate is er ook een besef dat binnen proeftuinonderzoek in een stedelijke context gewerkt moet worden rond datageletterdheid. Steeds meer steden stellen ‘open data’ beschikbaar voor burgers via het web om die informatie toegankelijker en transparanter te maken. Een van de voornaamste problemen hierbij is datageletterdheid, ofwel het juist interpreteren van de data en hieruit informatie winnen.

Proeftuinonderzoekmoet er meer rekening mee houden dat het voor burgers, alsook in bepaalde gevallen voor stadsdiensten zelf, een leerproces is om data te vinden, te visualiseren en te interpreteren. Op deze manier kan proeftuinonderzoek de burger nog beter betrekken bij de ontwikkeling van de stad van morgen.

Meer informatie? Check onze publicatie Allemaal digitaal? 

Ook interessant

Sociaal beleid & werk

Wegwijzer naar een integrale hulpverlening - 8ste ed.

Ria Vandaele

Bestel uw printeditie

Sociaal beleid & werk

Sociaal huis

Eric Goubin
Dirk Meulemans

Bestel uw printeditie

Omgeving, Sociaal beleid & werk

SOS Huisvesting

Geert De Bolle

Bestel uw printeditie

Politie & veiligheid, Sociaal beleid & werk

Sociaal werk en politie: een moeilijke ontmoeting?

Marleen Easton
Didier Reynaert
Tijs Van Steenberghe

Bestel uw printeditie

Sociaal beleid & werk

Handboek management in de sociale economie

Bestel uw printeditie