Menu

Waarom motiveren binnen een bestuurlijke context belangrijk is

Er zijn vier redenen waarom het motiveren van bestuurshandelingen noodzakelijk is. We overlopen ze.

14-05-2020 - door Frankie Schram

1. De specificiteit van het overheidshandelen

Bestuursbeslissingen hebben doorgaans een speciaal karakter. Ze zijn overwegend eenzijdig, wat betekent dat de overheid haar beslissing opdringt aan de partij op wie de beslissing betrekking heeft. Die partij moet haar toestemming niet geven. Inhoudelijk wordt een overheidsbeslissing in principe genomen vanuit het algemeen belang. Ofwel neemt de overheid een beslissing met het oog op het realiseren van het algemeen belang, ofwel neemt ze een beslissing ten gunste van een begunstigde, voor zover dit niet in strijd is met het algemeen belang.

Traditioneel werd ervan uitgegaan dat een bestuursbeslissing in principe correct is, wat betekent dat ze “geacht wordt gelijkvormig te zijn met de wet”. Meer zelfs, de bewijslast dat dit niet zo zou zijn, lag volledig bij de burger. Daarbij werd het de burger niet gemakkelijk gemaakt, omdat in het verleden de argumenten waarop het bestuur zich baseerde om tot een beslissing te komen niet zichtbaar waren. Wilde hij die argumenten vernemen, dan moest de burger de grond van de zaak voor de rechter brengen. Ging het om een procedure bij de Raad van State, dan was daarin voorzien in de neerlegging van het administratief dossier, dat meteen ook ter beschikking kwam van de eisende partij.

2. De steeds grotere impact van het overheidsoptreden op het leven van mensen en de verschuiving van de macht

Naarmate de burger steeds mondiger werd, naarmate de macht verschoof van wetgevende naar uitvoerende macht en naarmate het overheidsoptreden steeds dieper doordrong in het leven van mensen, werd de roep naar verantwoording, rechtsbescherming en controle op het bestuurlijke optreden groter.

3. De specifieke rol van het redelijkheids- en gelijkheidsbeginsel

Steeds meer werd het uitgangspunt dat de overheid niet zomaar kan optreden, maar dat haar optreden zijn grondslag moet vinden in het recht en zijn verantwoording moet vinden in de uitoefening van het algemeen belang. Een van de grondbeginselen die al in 1830 zijn plaats kreeg in de Grondwet was het gelijkheidsbeginsel, dat in combinatie met een algemene redelijkheidsvereiste de grondslag moet vormen van het overheidsoptreden. Het overheidsoptreden moet hier steeds tot kunnen worden teruggevoerd. De overheid moet ervoor zorgen dat ze bij het nemen van een beslissing iedereen die zich in dezelfde situatie bevindt op een gelijke wijze behandelt. Dat betekent niet dat iedereen op dezelfde wijze moet worden behandeld, of om het met de woorden van het Grondwettelijk Hof te stellen:

“De grondwettelijke regels van gelijkheid en de niet-discriminatie sluiten niet uit dat een verschil in behandeling tussen categorieën van personen wordt ingesteld, voor zover dat verschil op een objectief criterium berust en redelijk verantwoord is. Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld rekening houdende met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel en de aard van de ter zake geldende beginselen; het gelijkheidsbeginsel is geschonden wanneer vaststaat dat er geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de aangewende middelen en het beoogde doel.”

Om de controle ook in de praktijk mogelijk te maken, moet die motivering toegankelijk zijn en dus ergens zichtbaar worden gemaakt. Dat kan bijvoorbeeld in het administratief dossier, of nog beter, in de beslissing zelf.

Motivering heeft niet enkel betrekking op de controle zelf maar heeft ook een preventief effect. Als de argumenten op de één of andere manier moeten worden veruitwendigd, houdt dat ook in dat over die argumenten beter wordt nagedacht, omdat het bestuur zich ervan bewust is dat die argumenten steeds in vraag kunnen worden gesteld.

4. Nood aan legitimiteit van het overheidsoptreden

Het bestuur vandaag is niet langer het bestuur van gisteren. Het bestuurlijke handelen als aspect van het overheidshandelen kon legitimiteit verwerven door te stellen dat het handelde in overeenstemming met het recht, wat vooral betekent dat het handelde conform de rechtsregels. Legitimiteit is vandaag geen vanzelfsprekendheid meer. Het volstaat niet langer bekleed te zijn met macht om legitimiteit te hebben. Legitimiteit moet men telkens opnieuw verwerven door te laten blijken dat bij het nemen van beslissingen gehandeld wordt met voldoende kennis, in overeenstemming met het recht, de beginselen van de democratie en de waarden en normen van de ambtelijke en politieke integriteit, dat beslissingen doelgericht, efficiënt en effectief zijn, gepast en in overeenstemming met de waarden, opinies en ideeën die in de samenleving aanwezig zijn.

De motivering geeft geen antwoord op al deze vragen, maar levert wel een bijdrage aan een aantal van hen, al liggen ze vooral in de normatieve hoek, want juridisch motiveren is in de eerste plaats het inkaderen in het vigerende regelensysteem. Een bestuur kan dus, wanneer het een discretionaire bevoegdheid heeft, volstaan met in zijn motivering aan te tonen dat zijn optreden een juridische grondslag heeft. Evenmin is het voldoende dat een bestuur aantoont dat het in overeenstemming handelt met elke rechtsregel van een hogere rang.

Meer informatie? Check dan onze publicatie Motivering van bestuurshandelingen

Ook interessant

Bestuur & organisatie

Lokaal en circulair, werken aan de toekomst

Bestel uw printeditie

Bestuur & organisatie

Dagboek der werken

Ellen Wouters

Bestel uw printeditie

Bestuur & organisatie

Afvalbeheer

Anthony De Proft

Bestel uw printeditie

Bestuur & organisatie

Met hoge heren kersen eten - beleidsbeïnvloeding in de praktijk

Stefaan Viaene

Bestel uw printeditie

Overheidsopdrachten

22 Oct

Opleiding: Hoe maakt u werk van innovatieve overheidsopdrachten?

Locatie: Uitgeverij Politeia, Keizerslaan 34, 1000 Brussel

Prijs: € 145

Schrijf u in