Menu

De cao nr. 68: limitatief opgesomde doeleinden voor camerabewaking op de arbeidsplaats

18-06-2020 -

De cao nr. 68 van 16 juni 1998 betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de werknemers ten opzichte van de camerabewaking op de arbeidsplaats[1] werd inmiddels meer dan 20 jaar geleden gesloten. De cao nr. 68 bepaalt de concrete regels die een werkgever moet respecteren bij camerabewaking op de werkplaats. Deze regels zijn erop gericht het recht op privacy van een werknemer te waarborgen, waarbij tegelijk rekening wordt gehouden met het belang dat en dergelijk systeem voor de werkgever kan hebben.[2]

Beperking van doelen

Camerabewaking op de arbeidsplaats is enkel toegelaten met het oog op (één of meer) van de in de cao nr. 68 limitatief opgesomde doelen[3]. Deze zijn:

  • veiligheid en gezondheid;
  • bescherming van de goederen van de onderneming;
  • controle van het productieproces (namelijk de goede werking van de machines of de evaluatie en verbetering van de werkorganisatie);
  • controle van de arbeid van de werknemer.[4]

Buiten deze vier doeleinden is camerabewaking op de arbeidsplaats niet toegelaten. Het belang hiervan moet evenwel genuanceerd worden daar deze doeleinden dermate ruim geïnterpreteerd kunnen worden dat heel wat concrete doeleinden in de praktijk hieronder zullen vallen – althans voor zover het gericht is op het bewaken van de arbeidsplaats. De door de werkgever gekozen doeleinden moeten wel duidelijk en expliciet omschreven worden (bv. in een camerapolicy)[5].

Verder bevestigt de cao nr. 68 het recht op privacy van de werknemer en werkt zij deze nader uit. Zo stelt de cao nr. 68 als principe voorop dat de camerabewaking proportioneel moet zijn. Dit houdt in dat de camerabewaking – gelet op het gekozen doeleinde – toereikend, ter zake dienend en niet overmatig dient te zijn.[6] Ook stelt de cao nr. 68 dat de camerabewaking in principe geen inmenging in de persoonlijke levenssfeer van de werknemer tot gevolg mag hebben. Indien dit wel het geval is, moet de inmenging tot een minimum beperkt worden.[7] In de praktijk zal een camerabewakingssysteem op de arbeidsplaats in de meeste gevallen een inmenging in de persoonlijke levenssfeer met zich meebrengen (in meerdere of mindere mate).[8]

Er zal dus steeds moeten worden nagegaan hoe deze inmenging beperkt kan worden door bijvoorbeeld enkel te filmen wat noodzakelijk is om het doeleinde te bereiken, de camera’s enkel zo lang als nodig is te laten draaien … Bovendien mag de camerabewaking niet gebruikt worden op een wijze die onverenigbaar is met het uitdrukkelijk omschreven doeleinde.[9] Zo kan camerabewaking ingevoerd met het oog op gezondheid en veiligheid niet gebruikt worden om na te gaan of het productietempo opgedreven kan worden.

Tot slot hangt het af van het door de werkgever gekozen doel of het bewakingssysteem voortdurend dan wel tijdelijk kan zijn. Als de camerabewaking gebeurt met het oog op de controle van het productieproces die betrekking heeft op de werknemers of in geval van controle van de arbeid van de werknemers, mag deze enkel tijdelijk zijn.[10] Is de camerabewaking echter gericht op veiligheid en gezondheid, bescherming van de goederen van de onderneming of controle van het productieproces die enkel betrekking heeft op de machines, dan mag deze voortdurend zijn.[11]

Auteurs: Sam Conix en Wouter Van Loon, Advocaten bij Claeys & Engels

Bron: Tijdschrift Privacy & Persoonsgegevens 2020/1, De CAO nr. 68 en de gevolgen van niet-naleving: een stand van zaken

[1] CAO nr. 68 van 16 juni 1998 betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de werknemers ten opzichte van de camerabewaking op de arbeidsplaats, KB 20 september 1998, BS 2 oktober 1998 (hierna: ‘CAO nr. 68’).

[2] Art. 1 CAO nr. 68. Voor meer informatie met betrekking tot het recht op privacy en gegevensbescherming op het werk, zie I. VERHELST, L. PEETERS, W. VAN LOON en S. CONIX, Werk & Privacy, Larcier, 2019, 195 p.

[3] Art. 4 CAO nr. 68.

[4] De CAO nr. 68 preciseert met betrekking tot dit doeleinde dat de werkgever beslissingen en beoordelingen niet louter mag baseren op gegevens die via de camerabewaking worden verkregen.

[5] Art. 4, § 2 CAO nr. 68.

[6] Art. 7 en 8 CAO nr. 68.

[7] Art. 8 CAO nr. 68.

[8] Tenzij de camera’s bv. enkel gericht zijn op de machines en geen werknemers in beeld brengen.

[9] Art. 7 CAO nr. 68.

[10] Art. 6, § 3 CAO nr. 68.

[11] Art. 6, § 2 CAO nr. 68.

Ook interessant

Recht

Codex Privacy & persoonsgegevens

Frankie Schram

Bestel

Onderwijs, Recht

Een academiejaar in rechtsregels

Karen Weis

Bestel

Onderwijs, Recht

Studievoortgangsbeslissingen in het hoger onderwijs

Karen Weis

Bestel

Recht

Tijdschrift Privacy & Persoonsgegevens

Frederic Debusseré
Vincent Dooms
Isabel Plets
Frankie Schram
Brendan Van Alsenoy
Laura De Boel

Bestel

Recht

Privacy & Persoonsgegevens: functionaris voor de gegevensbescherming: Cahier | 2de editie

Frankie Schram

Bestel

Recht

Big Data Rapport

Cliff Beeckman
Frank De Smet
Dieter Verhaeghe

Bestel

Recht

Burger en bestuur | 9de editie

Frankie Schram

Bestel

Recht

Zwijgen en spreken binnen een overheidscontext

Frankie Schram

Bestel

Recht

Privacy & Persoonsgegevens: handboek | 2de editie

Frankie Schram

Bestel

Recht

Naar bemiddeling in bestuurszaken?

Frankie Schram

Bestel

Recht

Codex algemene verordening gegevensbescherming

Dirk De Bot

Bestel

Recht

E-government in het federale België

Dirk De Bot

Bestel

Recht

De federale openbaarheidswetgeving: een introductie

Frankie Schram

Bestel

Recht

Exploitatie van telecommunicatie in het strafproces

Wim Moonen

Bestel

Recht

Reeks Privacy & Persoonsgegevens

Frankie Schram

Bestel

Recht

België: een handleiding | 4de editie

Frankie Schram

Bestel

Bestuur & organisatie, Communicatie & informatie, Omgeving, Personeel, Politiek, Recht, Sociaal beleid & werk

Extenso

Bestel

Recht

De Salduzregeling - theorie en praktijk, vandaag en morgen

Bestel

Recht

Hergebruik overheidsinformatie

Frankie Schram

Bestel

Recht

Motivering van bestuurshandelingen

Frankie Schram

Bestel