Menu

De 7 omslagen die Leuven maakte in strijd tegen kinderarmoede

In de stad werden zeven omslagen geïdentificeerd om een meer inclusief en rechtvaardig Leuven te bestendigen. We overlopen ze.

15-10-2020 - door Isabel Devriendt , Kurt Peeters

1. Van aanbod centraal naar gezin centraal

Het gezin moet centraal komen te staan in alle hulpverlening en in het beleid van de organisaties die die hulpverlening organiseren. Het huidige “dit is ons beleid en aanbod” moet dan ook vervangen worden door “dit is nodig voor dit gezin”. Gezinnen in armoede moeten vervolgens ook aanspreekpunten of gezinsondersteuners krijgen die integrale begeleiding op maat aanbieden. Gezinnen hebben hierin zelf een belangrijke (sturende) rol, dragen een mate van verantwoordelijkheid en zijn sterk betrokken.

Het zijn hybride organisaties en netwerken die die generalistische gezinsondersteuning mogelijk moeten maken, doordat zij nauw kunnen samenwerken en afspraken maken op wijk- en buurtniveau. Ze moeten zoeken naar hun overeenkomsten en een gezamenlijke taal creëren. Zij krijgen hierdoor ook de ruimte om te focussen op de lange termijn en om te handelen vanuit een doorlopende zorglijn. De generalistische hulpverleners worden op hun beurt ondersteund door specialisten. In plaats van te sturen op cijfers (het tellen) komt er een bredere aandacht voor kwaliteit (het vertellen). Armoede wordt zo reeds bij de wieg aangepakt en ondersteuning blijft aanwezig, zeker tijdens cruciale overgangsmomenten.

Basisfinanciering moet een deel van de projectfinanciering vervangen. Dat biedt niet alleen continuïteit, maar biedt ook aanknopingspunten voor impactmeting op de lange termijn. Niet de grens van het beleid mag leidend zijn, maar de situatie van de persoon. Dat mensen die tussen wal en schip vallen als ze niet meer precies binnen de hokjes passen, bijvoorbeeld door hun leeftijd of bij een tijdelijke baan, moet tot het verleden behoren.

2. Van hulpverleners naar hoopverleners

Doordat het gezin centraal komt te staan, kennen hulpverleners de gezinnen en hun context goed. Ze gaan indien gewenst met hen mee op stap, hebben veel direct contact en geven steun op maat. Dankzij preventieve begeleiding van gezinnen die in armoede dreigen te komen worden veel problemen voorkomen. Belangrijk hiervoor is dat de betrokken hulpverleners en ambtenaren een flexibele basishouding kunnen aannemen en dat zij niet binnen strikte lijntjes worden gedwongen.

In het centraal stellen van het gezin wordt gehandeld vanuit gelijkwaardigheid en medemenselijkheid. De grens tussen hulpverlener en hulpvrager wordt uitgegomd. Er wordt niet geoordeeld en men verliest zich zo min mogelijk in veronderstellingen. Er wordt niet over mensen heen gelopen, maar er wordt uitgegaan van de kracht en de talenten van de mens. Warmte staat in de relatie centraal, met respect voor elkaars privacy.

Men neemt tijd en ruimte voor elkaar binnen een veilige (leer)omgeving met ruimte voor reflectie. Op die manier wordt de hoop gecreëerd bij alle betrokkenen dat armoede geen permanente realiteit hoeft te zijn en dat vanuit kracht en talent gewerkt kan worden aan een andere toekomst.

3. Van stigmatisering naar doen openbloeien

De kinderen en gezinnen moeten vanuit hun krachten en talenten veerkracht kunnen ontwikkelen om met tegenslagen, onzekerheden en veranderingen om te gaan. Gezinnen mogen dan ook niet meer geconfronteerd worden met stigmatisering binnen bijvoorbeeld het onderwijs, stages, de arbeidsmarkt en in hun vrije tijd. Het is van belang dat de beste maatschappelijke voorzieningen in dienst staan van de mensen die dat het meeste nodig hebben, niet de mensen die de sterkste stem hebben. Achterstand werkt dan niet langer zelfversterkend en empowerment van kinderen en gezinnen kan hiermee een realiteit worden.

4. Van school als leerplek naar school als groeiplek

Ook scholen en kinderopvang mogen geen versterkers van armoede en uitsluiting zijn, maar plekken waar elk kind kan openbloeien en groeien als individu. Door de afname van stigmatisering op scholen worden kinderen niet meer in hokjes geplaatst, en door het betrekken van ervaringsdeskundigen worden opleidingen en scholen gesensibiliseerd voor armoede en kwetsbaarheid bij hun kinderen.

Doordat scholen een signaleringsfunctie krijgen, worden zij een krachtige partner in de strijd tegen (kinder)armoede. Ze moeten samenwerken met andere hulporganisaties en de betrokkenen, vanuit de insteek dat de school een vindplek is voor het betrekken en bereiken van kinderen en hun ouders.

Het kosteloos onderwijs moet ingesteld zijn op het bieden van kansen en werken aan het ontwikkelen van vaardigheden en talenten. De nadruk mag niet alleen op cognitieve ontwikkeling liggen, maar ook op sociale, fysieke, mentale en emotionele ontwikkeling. Voor de partners die strijden tegen kinderarmoede moet participatie worden gestimuleerd, schools huiswerk afgeschaft worden en kinderen omgevingsbewust worden gemaakt door maatschappijleer. Op die manier krijgen kinderen die van het ‘verst’ komen het beste onderwijs en ondersteuning.

5. Van verantwoordelijkheid afschuiven naar armoede is van iedereen

Armoede mag niet meer gezien worden als een individueel probleem, maar als een collectief probleem. Hiermee verbreedt het verantwoordelijkheidsgevoel voor armoede en blijft die niet beperkt tot een select groepje hulpverleners en ambtenaren. Dan is er meer begrip en meer solidariteit. De nadruk ligt op samenredzaamheid, sociale cohesie en het bestrijden van eenzaamheid. Ook kinderen uit kwetsbare gezinnen kunnen gemakkelijker meedoen. Discriminatie op basis van armoede of origine wordt zo verleden tijd.

De overheid strijdt op alle fronten en op alle niveaus tegen armoede en gebruikt overheidsgeld niet om ongelijkheid te bestendigen, maar om de noodzakelijke omslagen te verwezenlijken. De lokale overheid staat garant voor een geïntegreerd lokaal beleid waarin alle diensten opkomen tegen armoede en ze hanteert een armoedetoets voor beleid om meer bewustzijn te creëren voor de impact van beleidsbeslissingen op kinderen en gezinnen in armoede.

Door de bredere maatschappelijke betrokkenheid en verantwoordelijkheid zijn sectoren als het onderwijs, de kinderopvang, de politie en de gezondheidszorg beter in staat om om te gaan met armoede en staan zij dichterbij gezinnen. Bij bedrijven en ondernemers komt een sterkere nadruk te liggen op sociaal ondernemerschap en maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Vanuit solidariteit en gezamenlijk initiatief van alle inwoners en organisaties wordt in basisbehoeften voorzien, zoals betaalbare en degelijke woningen, gezond eten en kleding, en wordt ander materiaal beschikbaar gesteld voor de mensen die dat nodig hebben.

6. Van recht hebben op naar recht krijgen en recht claimen

Het recht hebben als burger van Leuven moet gelijk staan aan het krijgen van dat recht via automatische rechtentoekenning. Hiervoor moeten onlogische hinderpalen zoals een complexe bureaucratie uit de weg geruimd worden. Gezinnen hoeven dan ook niet langer rekeningen voor te schieten als ze die uiteindelijk niet zelf hoeven te betalen. De nog bestaande bureaucratie wordt toegankelijker en gebruikt een begrijpelijke taal.

Een gelijke toegang tot diensten moet gefaciliteerd worden door voldoende aanbod van hulp, kwalitatieve huisvesting, werkgelegenheid... Uithuiszetting mag niet meer voorkomen en betalingsproblemen worden voortijdig gesignaleerd. Er wordt maximale participatie nagestreefd waarmee ook een opening is voor de participatie van gezinnen bij beleidsvorming. In de stad moet sterker opgekomen worden voor de rechten en noden van alle Leuvenaren.

7. Van toenemende ongelijkheid naar eerlijke verdeling

In Leuven is de toenemende ongelijkheid een halt toegeroepen en wordt een eerlijke verdeling van middelen nagestreefd. Leuvenaren hebben voldoende inkomen om een respectvol leven te leiden. Eerlijke lonen voor iedereen is het motto.

Een inkomensgarantie, basisinkomen en basiserfenis kunnen de basis vormen voor die eerlijke verdeling. Er zijn voldoende tewerkstellingskansen – zowel via sociale economie als bij inclusieve werkgevers – zodat iedereen kan werken.

Impulsief schulden aangaan wordt vermeden en een schuld mag niet meer snel leiden tot een vicieuze cirkel richting armoede. Geld is minder allesbepalend: wat je koopt, bepaalt niet langer wie je bent.

Meer informatie? Check dan onze publicatie Bouwen aan een breed sociaal beleid 

Ook interessant

Zorg & welzijn

Hartverwarmers

Maite Mallentjer
Frederik Vincx

Bestel

Zorg & welzijn

Intens spelen in de praktijk

Vlaamse Dienst Speelpleinwerk vzw

Bestel

Zorg & welzijn

Groenbeleving met een visuele beperking

Christian Badot
Luc Vanhoegaerden
Herman Vereycken

Bestel

Zorg & welzijn

Sociale media in de kinderopvang - cahierreeks Kinderopvang

Kristof D'hanens

Bestel

Zorg & welzijn

Europees preventiehandboek

Peer van der Kreeft
Annemie Coone
Johan Jongbloet

Bestel

Zorg & welzijn

Samen verbindt

Jurn Verschraegen
Miet Timmers
Reinhilde Peeters

Bestel