Menu

Hoe is een ruimtelijk beleidsplan opgebouwd?

Lokale besturen kunnen een eigen beleidsplan opmaken, waarin ze de uitdagingen beschrijven die ze aangaan en realiseren. Denk bijvoorbeeld aan de realisatie van groenblauwe aders, de toekomst van historisch gegroeide bedrijven, concrete keuzes in functie van het detailhandelsvestigingsbeleid, de kleinhandel of het tegengaan van leegstand. Maar hoe maak je zo’n ruimtelijk beleidsplan?

19-11-2020 - door Xavier Buijs, Lindsay Dedrie, Wim Rasschaert, Karel Verbestel

Elk beleidsplan, ongeacht welk bestuursniveau het opmaakt, bestaat verplicht uit drie delen:

1. Een strategische visie

Die beschrijft waar de gemeente de komende decennia op ruimtelijk vlak rond wil werken. Het gaat dan om het formuleren van een eerder beknopte stip aan de horizon, een langetermijnvisie in ruimtelijke ontwikkeling, waarrond de komende opeenvolgende gemeentebesturen zullen werken. Ongeacht hun politieke samenstelling van het orgaan dat uitvoering zal geven aan het plan.

Het beperken van de bijkomende ruimte-inname voor mensen tot nul hectare per dag tegen 2040, de fameuze bouwshift, is een voorbeeld van een strategische visie. De strategische visie kan niet worden opgeheven, wel kan ze geheel of gedeeltelijk worden herzien.

2. Beleidskaders

Minstens één, maar waarschijnlijk meerdere beleidskaders. In zo’n beleidskader wordt thematisch of gebiedsgericht beschreven hoe de strategische visie, en dus de vooropgestelde gewenste ruimtelijke ontwikkeling, wordt verwezenlijkt.

Een beleidskader is niet per se legislatuurgebonden, maar de methodiek van de beleidsplanning laat wel de mogelijkheid dat opeenvolgende besturen op een andere manier uitvoering geven aan de realisatie van de strategische visie. Een beleidskader kan daarom gedurende de looptijd van de strategische visie meerdere keren wijzigen.

Bijvoorbeeld: de strategische visie vermeldt dat de ruimte-inname naar nul hectare per dag moet dalen. De manier waarop dat bereikt wordt, wijzigt evenwel per legislatuur. Beleidskaders kunnen integraal opgeheven worden, al moet er altijd minimaal één overblijven. Beleidskaders kunnen ook geheel of gedeeltelijk worden herzien.

Zoals aangehaald dient er minstens één beleidskader te zijn. Als een gemeente bijvoorbeeld van mening is dat een beleidskader van de provincie of het gewest voldoende houvast biedt om een eigen gemeentelijk ruimtelijk beleid te voeren, dan kan ze ervoor opteren over dat thema geen beleidskader op te maken of het beleidskader eerder beknopt te houden.

3. Acties

Welke acties nodig zijn om de beleidskaders daadwerkelijk uit te voeren. De beleidsacties zijn een overzicht van engagementen van de overheid zelf én hun partners: andere overheden, burgers, bedrijven en het middenveld. In ons voorbeeld over de bouwshift zou een actie dan kunnen zijn dat aangegeven wordt welke niet-bebouwde woon(reserve)gebieden door een planinitiatief geschrapt worden.

Tot slot: de opmaak van een beleidsplan wordt natuurlijk best onderbouwd aan de hand van onderzoeksrapporten. Als het er eenmaal is, wordt het gemonitord zodat periodiek de stand van zaken van de realisatie weergegeven wordt, met het oog op een eventuele bijsturing.

Meer informatie? Check onze publicatie Wegwijs in het gemeentelijk ruimtelijk beleid 

Ook interessant

Omgeving, Sociaal beleid & werk

Trots op mijn roots

Vereniging van Vlaamse Huisvestingsmaatschappijen

Bestel

Omgeving, Onderwijs

Slim gedeeld: Wegwijzer over het slim delen van schoolinfrastructuur

Verenigde Verenigingen

Bestel

Omgeving

Erfdienstbaarheden van openbaar nut

Joseph Spinks

Bestel

Omgeving

Vlaamse codex ruimtelijke ordening

Xavier Buijs

Bestel

Omgeving

De humane stad

Pieter Ballon
Cathy Macharis
Michael Ryckewaert

Bestel

Omgeving

Code Nutswerken

Christophe Claeys

Bestel