Menu

Column: we moeten de Corona-geschiedenis nu nog niet schrijven

Nergens was de impact van de coronapandemie zo hevig als in de woonzorgcentra. Ouderen werden gedurende maanden afgesneden van de buitenwereld, waardoor velen stierven in eenzaamheid. Zorgverleners hebben zich in uiterst benarde omstandigheden en met gevaar voor de eigen gezondheid voor hen ingezet. Nu de vaccinatiecampagne uitgerold wordt en het begin van het einde is ingezet, blikken we nog even terug. Lees hoe Marc Dierick, departementshoofd ouderenzorg bij Dotzorg Vlaanderen het afgelopen jaar beleefd heeft.

08-01-2021 -

Het eerste slachtoffer

Het is een dag als alle andere in deze desolate coronatijden. ’s Morgens naar het werk, ’s avonds laat terug naar huis. Meestal kom ik thuis en praat ik met mijn partner de dag weg. Weg uit mijn geheugen vooral, weg uit mijn emoties. Vandaag haal ik het niet. Ik kom niet thuis. Niet tijdig thuis.

Ik zet mijn wagen aan de kant van de weg en de tranen rollen over mijn wangen. Mijn maag krimpt, de pijn is bij momenten fysiek. We verloren een bewoner aan COVID-19. Hij blijkt achteraf een eerste bewoner te zijn. In ons kleine woonzorghuis zullen er nog drie volgen. De crisis liep op dat moment nog maar een paar weken. Het beest dat we niet kenden in 2019 klopt fel aan de deur van onze woonzorgcentra in 2020. We zullen het nooit vergeten.

Vandaag kan ik vandaag terugblikken. Al is het natuurlijk nog niet voorbij. Toch maken we al analyses, willen we al weten. Toch willen we al ver vooruitblikken, wat na deze periode? Wat kan anders, wat kan beter? Artikel na artikel verschijnt in tijdschriften, in kranten, online… Advies na advies vliegt ons om de oren, vanuit uiteenlopende hoeken. Iedereen lijkt nu wel een mening te hebben over ouderenzorg.

Meer van alles

In januari maakte COVID-19 nog geen deel uit van ons toekomstbeeld en nauwelijks twaalf maanden later willen we geschiedenis schrijven, willen we het deel laten uitmaken van ons verleden. Ging de tijd in 2020 echt zo snel dat we geen tijd meer namen voor analyse, om na te denken, zelfs niet meer om te wachten tot gebeurtenissen een einde kennen? We willen al geschiedenis schrijven vooraleer ze heeft plaatsgevonden. Het moet me van het hart. Het moet. Ik lees vooral een vraag naar meer. Meer van wat, hoor ik je vragen? Meer van alles lijkt wel.

De ene wil meer verpleegkundigen, de andere meer loon, de andere dan weer meer personeel of meer inspraak van bewoners, meer diversiteit in bestaffing in de woonzorgcentra, meer psychosociale ondersteuning voor bewoners en voor medewerkers. Meer gerontologen, zeggen de gerontologen; meer kleinschaligheid, zegt de volgende en meer verantwoordelijkheid, vraagt de verantwoordelijke. Meer zorgkundigen, meer inbedding in de buurt, meer autonomie en vrijheid voor bewoners en medewerkers, meer wonen en leven, meer activiteit voor hem en meer rust voor haar.

Meer processen, voorraad, plannen, inspectie en voorbereiding, zegt de overheid. Meer applaus en meer waardering voor de zorgsector. Je kan niet meer ‘meer’ bedenken, denk ik dan. Is dat realistisch?

Geen warm gebeuren

Los van dit alles wil ik even reflecteren over wat me is opgevallen. Wat ik zag en voelde, meemaakte en beleefde. Zoals ik hoger aangaf zijn wij zelf niet zo’n groot huis. Een zestigtal bewoners en ongeveer evenveel medewerkers. De geschiedenis zal aangeven dat we op zestig bewoners elf met COVID-19 besmette bewoners hadden en vier van hen kwamen te overlijden. Dat deed pijn. Ondanks het feit dat we al behoorlijk wat levenseinde-ervaring in huis hebben, kwam deze sluipmoordenaar toch heel ongelegen en onverwacht.

Soms is het levenseinde een welgekomen gast. Dit keer niet. Mensen gaan te vroeg, de omstandigheden staan een sereen afscheid in de weg en het afscheid kan omwille van honderd-en-een regels geen warm gebeuren zijn. De begrafenisondernemers komen als marsmannetjes toe en verdwijnen stilletjes weer naar hun planeet…

Onderweg naar het werk zag ik witte doeken aan huizen, ’s avonds hoorde ik applaus, ik zag de hulpdiensten met loeiende sirenes voor de deur, het lokale frietkraam bezorgde voor iedereen frietjes, ik las heldenverhalen en van alles en nog wat over lokale en sociale solidariteit. Het voelde goed! Ik merkte dat de waardering in allerlei vormen ook voor mijn woonzorghuis, onze medewerkers en bewoners was. We kregen pluimen op de hoed die we meer dan verdienden. Het applaus was terecht.

Het was spijtig dat er zoveel aandacht werd besteed aan een rapport waarin wantoestanden in de woonzorgcentra werden aangeklaagd. Dat rapport verdiende aandacht, maar dan wel in verhouding. Er mag veel meer aandacht naar de mooie dingen van elke dag. De rotzooi in ouderenzorg, die ongetwijfeld bestaat, is al te veel een aandachtstrekker.

Positiviteit tijdens corona

Ik ben alvast een fan van meer. Veel meer. Veel meer aandacht voor al het goede dat elke dag opnieuw door tal van teams in ouderenzorg neergezet wordt. Het mooie dat nog sterker werd tijdens corona… De medewerker die zichzelf overstijgt, de poetsmedewerker die een zorgkundige ondersteunt, de verpleegkundige die haar leiderschapstalent ziet ontluiken, de zorgkundige die elke dag opnieuw zorgt voor het contact tussen bewoners, de begeleider wonen en leven die volop inzet op contact tussen bewoner en familie, iedereen die nieuwe vaardigheden aanspreekt, de vrijwilliger die moedig blijft komen en de bewoners blijft helpen, dag na dag.

De interactie tussen bewoners en medewerkers die een andere dimensie krijgt, een familiaal en zelfs familiair kantje. Het keukenpersoneel dat voor een extraatje zorgt voor de bewoners, dat actief op zoek gaat naar waar ze hun bewoners mee kunnen plezieren, hen bevraagt en inspraak geeft. De ergotherapeute die zichzelf de opdracht geeft om er te zijn voor de collega’s. Iedere dag opnieuw. De hoofdverpleegkundige die je bijna moet aanmanen om nu toch eens een paar dagen thuis te blijven.

Elke medewerker die aantoont dat flexibiliteit geen vaag begrip is, maar iets wat echt bestaat. Flexibiliteit in uurregeling, in taakinhoud, in jobtime. Flexibiliteit in taalgebruik zelfs, want wie had al van anderhalvemeteren, babbelboxen, outbreakteam, raambezoek en social distancing gehoord enkele maanden geleden? De creatievelingen die iedere keer iets nieuws bedenken om de moraal op te krikken; een klein geschenkje, een bemoedigende tekst, een kaartje op de verpleegpost… De buurt die brieven schrijft aan de bewoners, de jeugdbeweging die een spandoek maakt, de samenwerking met het ziekenhuis die plots een positieve insteek krijgt, elkaar helpen, samenwerken in de echte zin van het woord. Samenwerking wordt tweerichtingsverkeer. Grenzen die vervagen, gezinszorg die inspringt, poetshulpen die ons de hand reiken.

De integratie van technologie die opeens heel snel ging… want wie had voor de lente al van een negentigjarige skyper gehoord? Het zijn sterke verhalen die te vaak onder de radar bleven. Sensatie, fouten en slecht nieuws lezen blijkbaar beter en verkopen makkelijker.

Hard knokken

Het was ook vechten bij momenten. Zieke medewerkers die maar last minute konden vervangen worden. Wonen en leven dat onder druk kwam te staan. Een veelheid van regels, voorschriften, adviezen en teksten om na te leven, online of gewone documenten en vragenlijsten om in te vullen, extra belasting die we vaak konden missen. Knokken om een collega boven water te houden, er zijn voor elkaar. Hygiënemaatregelen die enorme proporties aannemen, naar smetvrees neigen. Het noodzakelijke evenwicht tussen veiligheid en warme huiselijkheid proberen te bewaken, wonen en leven boven water houden. Het teveel aan wijzigende regels dat druk legde bij iedereen verwerken. Werken in cohorte, een afdeling afsluiten, medewerkers scheiden van elkaar. Tekorten aan materialen die moesten worden opgelost.

Afwachten was funest. Communicatie kwam een prominente plaats in te nemen. Iedereen, bewoners, familie, medewerkers, bestuur, burgemeester… wilde geïnformeerd zijn. Terecht. We moesten ons aanpassen aan de gewijzigde rol van de CRA. Het was hectisch vanaf dag één, en dat bleef het gedurende het gehele deel van de crisis dat nu achter ons ligt. De cijfers geven immers aan dat het nog niet gedaan is.

We zullen nog meer op onze hoede zijn. We gaan ervoor zorgen dat het positieve aan de oppervlakte blijft en tegelijkertijd gaan we aandacht hebben voor wat moeilijker liep voordien. We hebben leren omgaan met veel en snelle wijzigingen, we hebben geleerd planmatig na te denken en nog flexibeler en creatiever te zijn.

We gaan vechten om de stem van de bewoner te horen. Als er één storm opgestoken is, dan is het wel de paternalistische storm die inspraak en autonomie deed verstommen. Een storm waarin op bijna alle niveaus de stem van de bewoner te vaak verloren ging. Veel om op terug te kijken dus, veel om uit te leren, veel om over na te denken en plannen te maken. Toch hoef ik mijn wagen niet meer aan de kant van de weg te zetten als ik naar huis rij ’s avonds. Ik kan zelfs een week verlof nemen en een gerust gevoel hebben. Juist omwille van het positieve dat ik zag gebeuren. Maar vooral omdat ik ervan overtuigd ben dat we de geschiedenis vandaag nog niet moeten schrijven. Het mag morgen.

Meer informatie? Check onze publicatie Trots op onze ouderenzorg.

Ook interessant

Zorg & welzijn

Intens spelen in de praktijk

Vlaamse Dienst Speelpleinwerk vzw

Bestel

Zorg & welzijn

Groenbeleving met een visuele beperking

Christian Badot
Luc Vanhoegaerden
Herman Vereycken

Bestel

Zorg & welzijn

Sociale media in de kinderopvang - cahierreeks Kinderopvang

Kristof D'hanens

Bestel

Zorg & welzijn

Europees preventiehandboek

Peer van der Kreeft
Annemie Coone
Johan Jongbloet

Bestel

Zorg & welzijn

Samen verbindt

Jurn Verschraegen
Miet Timmers
Reinhilde Peeters

Bestel

Zorg & welzijn

Trots op onze ouderenzorg

Robert Geeraert

Bestel