Menu

Interview Gene Bervoets: 'Wonen op ’t Kiel, dat was een gemeenschap op zich die elkaar beschermde, onder moeders vleugels'

Gène Bervoets is vooral bekend als acteur van Vlaamse televisieseries, zoals Wolven, Salamander, Goesting en Windkracht 10. Hij heeft een vijftigtal langspeelfilms op zijn palmares staan, waaronder Loft, De zaak Alzheimer en De SM-rechter. Wat velen niet weten, is dat Gène het grootste gedeelte van zijn jeugd in een sociaal woonblok in de wijk ‘t Kiel in Antwerpen gewoond heeft.

23-08-2021 - door Vereniging van Vlaamse Huisvestingsmaatschappijen

‘Mijn ouders zijn allebei afkomstig uit de Antwerpse wijk ‘t Kiel. Toen in 1957 de Erik Sassenblokken gebouwd werden, verhuisden we naar deze nieuwbouwappartementen. Ik was toen één jaar oud. Ik ben de zesde van zeven kinderen. Mijn vader werkte bij het OCMW, waar hij was opgeklommen tot inspecteur. Hij moest bij gezinnen gaan kijken of zij in aanmerking kwamen voor OCMW-steun. Mijn moeder was een begenadigde actrice, maar al snel besloot ze om thuis te blijven voor haar kinderen.’

‘Ik heb een heel gelukkige jeugd gehad. We woonden in een sociaal woonblok met vier verdiepingen. Er was altijd onwaarschijnlijk veel volk in huis. Als afgevaardigde van de UEFA, nodigde mijn vader vaak mensen uit. Ook als mijn oudere zussen en mijn oudere broer hun lieven mee naar huis brachten, dan zaten we vaak met veertienen aan tafel. Dat was waanzinnig.’

Hoe heb je dat als kind ervaren, wonen in een sociale woning?

‘Ik heb tot mijn zeventiende in een sociale woning op ’t Kiel gewoond. Toen mijn vader directeur werd van een instelling van het OCMW, verhuisden we naar Antwerpen-Zuid. Die eerste zeventien jaren van mijn leven waren fantastisch. Het was een heel sociaal gebeuren."

'Er was altijd ambiance op ’t plein, zowel tijdens de winter als tijdens de zomer. In de winter speelden we in de sneeuw, goed ingeduffeld. Maar ook de zomeravonden herinner ik me nog heel levendig. Dan werden de strandstoelen en de bakken bier buitengezet. We zaten dan tot een uur of twaalf met alle buren buiten. Iedereen praatte met iedereen. We hadden ook onze eigen voetbalploeg, de Pleinrakkers waar ik kapitein van was. Ook toen was ik al een beetje een haantje de voorste (lacht). Elk sociaal woonblok had zijn eigen voetbalploeg.’

In welke zin is het sociaal wonen veranderd tegenover vroeger?

‘Wie in de jaren ’50, ‘60 in de nieuwe sociale blokken woonde, en vooral in de Braemblokken, die had het gemaakt. Het was de periode van de nieuwe huisvesting. Die sociale woonprojecten waren een andere vorm van wonen. Mensen daarbuiten woonden in huizen zonder centrale verwarming.’

‘Het beeld van sociale woningen is nu anders. Ze hebben niet meer die status van toen. Maar toen was ook de maatschappij anders. Iedereen, behalve de jeugd, had de oorlog meegemaakt. Mensen waren zodanig geschrokken van wat oorlogsgeweld kan doen, dat ze minder behoefte hadden aan individualisering. Ze hadden vooral behoefte aan samenzijn en plots kregen ze de mogelijkheid om samen een andere maatschappij op te bouwen.’

‘Wij kennen al meer dan 60 jaar geen oorlog meer – en maar goed ook – maar dat tekent mensen. Mensen willen steeds meer. Ik weet nog dat mijn vader eind jaren ‘50 tegen de wet Eyskens ging stemmen. Daar werd zelfs in een dorp als ’t Kiel tegen betoogd. Dat samenhorigheidsgevoel, dat was fantastisch. Hoewel er toen een sfeer hing van de sossen tegen de tsjeven, herinner ik me vooral dat mijn vader veel vriendschap en respect had voor katholieke mensen. Dat zie je nu veel minder.’

‘Ook het sociaal contact van toen is fel verminderd. De tijden waren natuurlijk ook anders, er was nog geen televisie. Mensen zaten tot ’s avonds buiten te praten. Televisie heeft mensen meer in hun kot gehouden. Dat buitenleven, dat bestaat nu niet meer.’

‘Wat niet veranderd is – het geeft me steeds een goed gevoel als ik dat zie bij de nieuwe Belgen – is dat allochtone oudere mensen nog steeds gezag uitstralen bij hun jongeren. Ook wij werden als kind vaak terechtgewezen door ouderen – we spookten ook van alles uit – maar dat terechtwijzen voelde nooit aan als controle. We hielden daar rekening mee, gewoon omdat iemand ouder was of omdat iemand aanzien had als délégué van bijvoorbeeld de basketbalploeg. Daarom is het verenigingsleven in een wijk zo belangrijk.’

Lees het volledige inteview met Gene Bervoets in Trots op mijn roots

Ook interessant

Sociaal beleid & werk

Handboek Schuldbemiddeling | Print + digitaal met abonnement

Robin Van Trigt
Jan Vansantvoet

Bestel

Sociaal beleid & werk

Wegwijzer naar een integrale hulpverlening | 9e editie

Ria Vandaele

Bestel

Sociaal beleid & werk

Inclusief werken en ondernemen

Sterpunt Inclusief Ondernemen

Bestel

Sociaal beleid & werk

Cahier Bouwen aan een Breed Sociaal Beleid: Maatschappelijk werk, sluitstuk van een breed sociaal beleid (5)

Peter Cousaert
Hans Grymonprez
Maria Bouverne-De Bie
Marjolijn De Wilde
Griet Briels
Katty Creytens
Katrien Boone

Bestel

Sociaal beleid & werk

Cahier Bouwen aan een Breed Sociaal Beleid: Kinderrechten en Grondrechten Beleidspraktijk (4)

Peter Cousaert
Hans Grymonprez
Jolijn De Haene
Zita De Pauw
Imke Pichal
Ilse Holvoet
Kathleen Emmery
Isabel Devriendt
Kurt Peeters

Bestel

Sociaal beleid & werk

Cahier Bouwen aan een Breed Sociaal Beleid: Kinderrechten en grondrechten een inleiding (3)

Chris Peeters
Didier Reynaert
Nathalie Van Ceulebroeck
Rudy De Cock

Bestel