Menu

Voedselhulp: hefboom, hinderpaal of onderdeel van een structureel armoedebeleid?

‘Recordaantal mensen beroept zich op voedselhulp’ kopte MO-magazine. Zowel Foodsavers als de voedselbanken kenden tijdens de coronacrisis een enorme toename aan voedselbedeling.

28-06-2022 -

In 2020 klopten 112.500 mensen aan bij initiatieven die voedseloverschotten ontvangen via Foodsavers: een stijging van ruim een kwart vergeleken met een jaar eerder. De voedselbanken krijgen maandelijks 175.402 bezoekers over de vloer, een stijging van 15 %. Dat is geen louter Vlaams fenomeen. In 2020 waarschuwde de Franse overheid dat tegen het einde van het eerste coronajaar 8 miljoen Fransen afhankelijk zou zijn van voedselhulp. Het Britse Trussel Trust verdeelde in 2020 wel 2,5 miljoen ‘driedagenpakketten’ voedsel aan vooral gezinnen met kinderen.

Ondanks een redelijke consensus dat voedselhulp eigenlijk overbodig zou moeten zijn, neemt de vraag almaar toe. Een voedselpakket mag dan wel de honger stillen, het is vernederend, maakt afhankelijk en verandert wezenlijk weinig aan de ongelijke levenskansen van mensen in armoede. Bovendien moeten we vragen stellen bij het vaak ultrabewerkt en dus minder gezond en duurzaam voedsel dat net bij de meest kwetsbaren terechtkomt.

Mensen die beroep moeten doen op voedselhulp zijn gevoelig voor macro-economische ontwikkelingen, zijn afhankelijk van lokale beleidsinitiatieven en staan vaker bloot aan negatieve maatschappelijke beeldvorming over hun situatie en soms zelfs hun karakter. Onderzoek naar de houding van politieke partijen ten aanzien van voedselhulp wijst op een wijd spectrum van verontwaardiging tot een teken van een veerkrachtige en solidaire samenleving.

Voedselhulp is helemaal niet nieuw. Een historisch perspectief op voedselhulp zou wijzen op hoe voedselhulp gepaard ging met het onderscheid tussen wezenlijke en voorgewende armoede dat belangrijk werd in de late middeleeuwen, het onderscheid tussen arbeidsbekwame en arbeidsonbekwame bedelaars aan het begin van de industriële revolutie, of de rationalisering van voedselhulp onder de sociale kwestie in de negentiende eeuw. Sinds de introductie van de verzorgingsstaat en zeker met de sociale grondrechten werd gezonde voeding een recht. Desondanks is hoe er nu en vroeger naar armoede, honger en behoeftigen werd gekeken nog steeds met elkaar verstrengeld. Voedselhulp zit zowel in het spoor van gunst als in het spoor van recht.

Voedselhulp komt de voorbije jaren ook steeds uitdrukkelijker in beeld vanuit economische druk op voedseloverschotten. Het herverdelen van die voedseloverschotten zou dan een antwoord bieden aan het recht op voedsel. Veel van die praktijken, zoals bijvoorbeeld Foodsavers, ontwikkelen zich op het lokale niveau en zijn bijzonder populair. Ze ontwikkelen zich op het raakvlak van liefdadigheid en filantropie. In andere gevallen komt voedselhulp in beeld vanuit ecologische belangen. De wereldvoedselproductie put niet alleen natuurlijke hulpbronnen uit; het betekent vaak ook overproductie en dus overschotten.

De (armoede)beleidsplannen van steden en gemeenten nemen allerlei vormen van voedselhulp op als onderdeel van hun lokaal beleid. Op hun grondgebied zijn vaak uiteenlopende historische actoren actief die traditioneel instaan voor voedselbedeling. De laatste jaren komen daar allerlei innovatieve praktijken bij, vaak opgezet door burgerbewegingen. Ook ondernemingen dragen bij aan de groei van voedselhulp. Lokale besturen zijn cruciaal geworden voor het realiseren van het recht op voedsel, maar kunnen en doen dat niet alleen. Toch zijn er vraagtekens te plaatsen bij de hausse aan voedselhulp.

Onder armoede-experten en ervaringsdeskundigen is er consensus dat de groeiende noodzaak tot voedselhulp niet anders kan begrepen worden dan een urgent signaal voor een structureel armoedebeleid. Het belang om voedsel door de lens van een mensenrechtenbenadering te begrijpen, kan niet voldoende onderstreept worden. Honger is geen schending van de mensenrechten. Het recht op voedsel is wel een mensenrecht. Mensen en gemeenschappen kunnen beroep doen op verschillende internationale en nationale beleidsinstrumenten en rechtspraak met betrekking tot het recht op voedsel. Toch blijken mensen de toegang tot hun recht op voedsel soms te ervaren als een gunst. In het slechtste geval als een gunst met drempels of condities. Een breed lokaal sociaal beleid ontwikkelen is niet genoeg, maar wel cruciaal.

In het Cahier Bouwen aan een breed sociaal beleid: Voedselhulp onder protest reflecteren de auteurs over de vraag of voedselhulp op basis van maatschappelijk nood een hefboom dan wel een hinderpaal is voor een structureel armoedebeleid. Lokale besturen staan voor een moeilijke opdracht: de noodzaak voor meer voedselpraktijken groeit, terwijl alle beleidsniveaus en beleidsdomeinen aan de bak moeten om een structureel armoedebeleid uit te tekenen.

Het nieuwe Cahier Bouwen aan een breed sociaal beleid: Voedselhulp onder protest maakt deel uit van de reeks Bouwen aan een breed sociaal beleid, waarin duidelijke inzichten en concrete handvaten voor een krachtig sociaal beleid worden gegeven aan lokale besturen.

Ook interessant

Sociaal beleid & werk

Cahier Bouwen aan een breed sociaal beleid: Vrije tijd, een hefboom voor sociaal beleid (7)

Hans Grymonprez
Griet Briels

Bestel

Sociaal beleid & werk

Handboek Schuldbemiddeling | Kredietschulden, bankdiensten en verzekeringen & bescherming van de consument

Reinhard Steennot
Marijn De Ruysscher

Bestel

Sociaal beleid & werk

Met REMI naar gelijkwaardige financiële hulpverlening

Nele Peeters
Marieke Frederickx
Ilse Cornelis
Bérénice Storms

Bestel

Sociaal beleid & werk

Handboek Schuldbemiddeling | Huurschulden

Filip Tollenaere

Bestel

Sociaal beleid & werk

Cahier Bouwen aan een breed sociaal beleid: Van impact naar impactgedreven handelen (6)

Hans Grymonprez
Griet Briels

Bestel

Sociaal beleid & werk

Lokaal besturen in de genetwerkte samenleving

Peter Cousaert
Griet Briels

Bestel